Onzekerheid: een veel voorkomende “kwaal” in mijn coachpraktijk en in de groepen die begeleidt. Wanneer iemand zichzelf hiermee diagnosticeert (“ik ben ook heel onzeker”) klinkt er vaak een milde wanhoop, het gezicht raakt wat verwrongen en ogen terneergeslagen. Alles zegt: Zo wil ik me niet voelen. Het is ongemakkelijk, dat vermijden we liever. Hoe kan het anders?
Vast in onzekerheid
Onzekerheid is een fundamenteel niet-weten dat zich naar binnen richt. Het knagen, de angst, het zijn zonder zekerheid en controle. Onzekerheid kan zich aan alles hechten: je lichaam, je prestaties, je keuzes, je sociale leven, je seksualiteit, et cetera.
Toen ik wist dat ik over dit onderwerp wilde schrijven kwamen er talloze situaties boven waarin ik grote onzekerheid ervoer. Momenten waarop ik me niet zeker voelde over mijn lijf, mijn vriendschappen, mijn liefdesleven. Vroege herinneringen van een unheimisch gevoel in mijn buik. Om dit niet te voelen, en vooral niet te laten zien blies ik me op. Hoe luider ik werd, hoe kleiner ik me vanbinnen voelde. Ik werd regelmatig afgerekend op mijn grote mond, mijn ‘arrogantie’, wat nog onzekerder maakte. Ik kwam vast te zitten in het groot doen en klein voelen.
Iedereen heeft manieren om de onzekerheid te bezweren. Stil worden, stellig zijn, piekeren, perfectionistisch, alles weten, resultaatgericht worden. Vul maar in. En juist daarin kom je vast te zitten. Want wat als er geen perfectie bestaat? Of als stil worden niet voorkomt dat mensen iets van je vinden?
Opengebroken
Enkele jaren geleden wende ik mij tot leraar Hans Korteweg. Ik had na een vervelende situatie met iemand die ik coachte enorme last van mijn onzekerheid. Zat vast in niet willen toelaten van het onzekere gevoel én gelijktijdig kreeg ik het ook niet weggedacht. Mijn opgeblazen buitenkant kraakte. Hans gaf een krachtig en poëtisch antwoord. Eén zin kauwde ik de afgelopen jaren veelvuldig op:
“En laat de onzekerheid geen knagende ondermijner maar een goede vriend zijn. De onzekerheid breekt steeds de vermeende volmaaktheid en maakt nieuwe openingen voor mededogen.”
Zonder zekerheid
Het zijn zonder zekerheid is, platgeslagen, een levensgegeven. Niets is zeker behalve onze geboorte en ons sterven. En zelfs bij die twee hebben we liever niet teveel onzekerheid. We leren af om een onzeker bestaan te leven. Controle houden en maakbaarheid geven de suggestie dat onzekerheid te overwinnen is.
Nu is het grote punt, als ik weer doorkauw op de woorden van Hans, dat meer zekerheid ons verder van elkaar afbrengt. Er is steeds minder ruimte voor het onvolmaakte, het ongemakkelijke waarin we onszelf ontmoeten in contact met een ander. In ons verzet tegen onzekerheid sneuvelt de medemenselijkheid.
Ik ben langzaam een actievoerder vóór onzekerheid geworden. Onzekerheid is echt als een goede vriend(in). Eén die raad geeft dwars door het gewenste en geijkte heen. Dit maakt wiebelig én brengt steeds weer beweging. Zo’n waarachtige vriend(in) gun ik iedereen!
Tot slot ter inspiratie een paar reflectievragen
- Waar ben je onzeker over?
- Welke zekerheid wordt hier op losse schroeven gezet?
- Waar kan je meer mededogen voor krijgen?
Zit jij vast in je onzekerheid? Neem contact op voor coaching of plan je intake voor de ITIP opleiding. Dé plek om hier een fundamentele stap in te zetten.






